Fragmenten

 Hulp in nood

'Hé, wordt eens wakker, je kunt hier niet blijven liggen, dat is link man', riep Sascha, een stevige vrouwtjesmeerkoet, tegen Stek, die aangespoeld was op een van de stranden van het eiland Tiengemeten.
Naast de slapende egel lag de plank die zijn leven had gered; zonder die plak was hij zeker verdronken. De meerkoet porde voorzichtig met een vleugel in Stek zijn stekels. Met de vleug mee natuurlijk anders zou ze zich bezeren. 'Laat die egel toch liggen, het is een vreemdeling volgens mij en daar komt vast en zeker poep van als je je met hem bemoeit”, riep een andere meerkoet naar Sascha.
“Kan wel zijn, maar ik vind het zielig, die egel is duidelijk in de problemen en ik wil hem helpen', zei Sascha. 
Ze tikte nu voorzichtig met haar snavel tegen de snuit van Stek. Dat hielp, Stek schrok wakker. Hè, wat? Waar was hij? Wat doet die meerkoet voor zijn neus? En wat had hij het koud, hoewel de zon scheen. Hij rilde, tilde zijn kop op en keek naar de meerkoet. Stek schrok van de scherpe snavel vlak voor zich. In een reflex rolde hij zich op.
'Hé, kalm aan jongen, ik heet Sascha en wil je alleen maar helpen. Je bent aangespoeld op ons eiland Tiengemeten en je loopt gevaar als je hier blijft liggen of in je eentje rond gaat lopen', zei Sascha. 
Stek was ineens weer helemaal bij de tijd. Wel alle regenwormen nog aan toe. Wat voor gevaar?, flitste het door hem heen.  

 

Op het ergste voorbereid

Norsk ging achter zijn computer zitten. Hij zocht voor de zoveelste keer de website van de gemeente Cromstrijen op. Er was allerlei nieuws, maar over de komst van de tuinmannen de volgende morgen en mogelijke veranderingen in de beplanting werd helaas niets vermeld.
Norsk was onrustig. Hij had wel allerlei voorzorgsmaatregelen genomen en de raadsleden namen hun taak zeer serieus, maar hij vroeg zich of alles wel goed zou aflopen. Er kom altijd iets onverwachts gebeuren. Hij schonk voor zichzelf een groot glas eikeltjeswijn in en nam gretig een slok. Hè, dat hij nodig tegen de spanning. Waarom hoorde hij niets van die verdraaide Stek? Hij miste de rust en het inzicht van de schrandere Stek, samen zouden ze sterker staan. Ineens was hij het zat en besloot een risico te nemen. Hij wilde weten hoe het met Stek gesteld was. Hij toetste het mobiele nummer in van Sascha, de meerkoet waar Stek mee bevriend mee was geraakt. 

 

De slag om de kwekerij 

Nu beschikte Gramsk over een groot en goed getraind leger van ruim honderd egels, dat bijna onmiddellijk gevechtsklaar kon zijn. Een paar uur later was het zover en marcheerde Gramsk met zijn leger richting de kwekerij bij de oude boerderij. Zijn egels waren gewapend met stokken van wilgenhout en geweren waar eikels mee konden worden afgeschoten. Dat was best gevaarlijk, want als een eikel uit zo’n geweer je van niet al te grote afstand raakte, ging je toch wel even tegen de vlakte en kon je buiten bewustzijn geraken. Gramsk zelf reed op de rug van een gevangen genomen en beteugelde bisamrat. Zo had hij een goed overzicht over zijn leger. Zoals de meeste legerleiders reed hij helemaal achteraan om zijn leger goed te kunnen overzien en natuurlijk ook om op een veilige afstand van de vijand te blijven. De buizerd Buso, had opdracht van Gramsk gekregen om het leger van Twelsk en Sacha vanuit de lucht in de gaten te houden en Gramsk daarover verslag uit te brengen. Dat was mislukt. Want tot Buso's schrik waren er wel twintig woeste kokmeeuwen op hem gedoken toen hij te dicht bij het kamp van de tegenstander kwam.